Project 'Manisch Script'
-in-de-maak-
Werktitel: 'De Chirurg / Dokter Donker'
Of het ooit afkomt? Geen idee - Maar ik ben er nu al heel erg trots op.
Gezellig in m'n eentje!
Het idee is om zo'n 500 paginas vol te hebben na de edit.
Ik wil niet teveel verklappen, maar het is geniaal!
Zeg ik bescheiden met gebrek aan objectiviteit.
Synopsis
Dokter Donker, zoals hij zichzelf noemt, is in de 40 wanneer hij het enorme landgoed en de rijkdommen
van zijn welvarende ouders erft.
Van de vervallen paardenfokkerij, tot de bossen eromheen, met als middelpunt het eeuwenoude huis.
Ernaast de oude kliniek van zijn vader - 1 van de grondleggers van de destijds nog vrij onbekende
cosmetische chirurgie.
Het huis staat kilometers afgezonderd van de bewoonde wereld op 1 klein dorp na, waar het nog net bij hoort.
Wanneer hij terugkeert is hij er ruim 30 jaar niet meer geweest.
Hij besluit er te gaan wonen om voor eens en voor altijd zijn pijnlijke jeugd en haat jegens zijn
ouders een plek te geven in zijn stormachtige, donkere denken.
Zijn cynisme, structurele gebrek aan eigenwaarde, doemdenkerij wordt zwaar op de proef gesteld
door het contact met de dorpelingen.
En kun je je eeuwig blijven verzetten tegen de liefde? Wanneer het verleden allang niet meer correspondeert
met het heden, op je eigen destructieve denkwijzes na.
Zijn Narcistische trekken redden hem en zorgen ervoor dat hij een, in zijn ogen, succesvol bedrijfsplan opzet.
Niet om het geld, maar om een doel te hebben.
Precies door dit bedrijfsplan is hij genoodzaakt een assistent in huis te halen, de jonge en labiele
Annemarie, die angstig en stiekem gecharmeerd van Dokter Donker, vastberaden is hem bij te blijven staan,
ondanks zijn hoog opgetrokken muur en gebrek aan sociale vaardigheden.
Haar eigen onzekerheid en onderdanige houding heeft een enorme aantrekkingskracht op hem
en houdt hem noodgedwongen de spiegel voor tot 'nieuw denken'.
Fragment
Ik zie hoe ze danst.
Wanneer ik plaats neem achter mijn vleugel, de kleine stofdeeltjes van de toetsen blaas.
Ik zie haar dansen.
In witte panty, op haar tenen, haar armen en benen lang.
Ik zie hoe ze danst.
Mn vingers gaan van wit naar zwart, eeuwig, wit en zwart, terwijl ze de tonen
absorbeert en Annemarie louter danst.
Mijn dagafsluiting vindt plaats met een lied. Was de kostschool toch nog ergens goed voor.
Al die ellenlange pianolessen, met de liniaal boven mijn vingers, bij elke fout een slag.
Maar nu zoveel jaren later, ben ik van mijn kunnen overtuigd, pianospelen kan ik.
Boven mij slaapt Annemarie en ik stel mij voor dat ze turend naar de klok haar vlassige, bloedrode haren
vastbindt met een elastiekje. Dat ze haar ranke lichaam strekt en met ogen gesloten beweegt op mijn hoorspel.
Dansen kan ze, dat weet ik, dansen zal ze, dat weet ik ook.
Ik heb haar nooit betrapt, maar in mijn hoofd danst ze de sterren van de hemel.
Terwijl ik speel, van langzaam naar snel, van ingetogen naar uitbundig, ze past zich aan als een diende naar mijn orders,
staat ze mij toe haar te begeleiden wat haar automatisch maakt tot de leider.
Beweegt zij omdat ik speel? Of speel ik omdat zij beweegt?
En wie beweegt wie eigenlijk? In dit kortstondige moment van liefde bedrijven waarin we beide weten wat we voelen,
nee, voelen wat we voelen, tot ik kwaad met mijn handen tegen mijn toetsen duw en mijn voorhoofd op mijn handen laat rusten.
Even, omdat het overweldigend is.
Even, omdat mijn oude lichaam het niet aan kan.
Even, omdat mijn gehele wezen zich verzet tegen de ook maar miniscule kans tot verdrinking.
Verstikking der liefde, het brandt van binnen, het wordt nooit meer geblust omdat liefde nooit genadig zal zijn,
naar zij die enkel overmatig kunnen voelen.
Die enkeling, die absolute die geen middenweg kan nemen.
De voor-mij, de nu-mij en de na-mij.
Ik haat haar, juist omdat ik haar niet kan bevatten. Ik haat haar en tegelijkertijd staat mijn haat voor de liefde
die ik voor haar voel. Omdat we onlosmakelijk van elkaar zijn.
Hoe ik mij ook verzet tegen de liefde, tegen Annemarie, tegen het tikken van de tijd.
Het is zo zinloos, Donker. Word toch eens wakker, zie je dan niet dat ze in staat is om voldoende van je te houden?
Ja, ik zie het.
Maar ben ik in staat om voldoende van haar te houden, in plaats van verstikkend?
Probeer het niet en vind nooit een antwoord, of, probeer het wel en riskeer je hart, in ruil voor 1 kus, 1 seconden van totale overgave
en dan? Doseren, leren, op je bek gaan en hard ook.
Ruzie maken, schreeuwen, lief zijn, geven, nemen.
Ik til mijn hoofd van mijn handen en voor mij staat Annemarie.
Ze kijkt soort van geschrokken, de hertjesogen in de koplampen.
Inplaats van het balletdanserspakje uit mijn fantasie draagt ze haar eeuwen oude zwarte broek en t-shirt,
haar haren los en haar pony ietwat wild.
‘Sorry, ik wist niet dat je nog achter de vleugel zat.’
Ze wacht op mijn uitblijvende reactie, slaat haar ogen neer en loopt vlug langs me richting de keuken.
Mijn hoofd weer op mijn handen.
‘Oh meisje, je moest toch eens weten. Ik beloof je, als ik nu kon huilen, waren al mijn tranen alleen voor jou.’
...
In de diepste donkerte schuilt de wens naar licht.
Mijn haren worden grijs en mijn lichaam voelt zich kleurloos wit.
Maar van binnen heb ik het gevoel een onervaren jongen te zijn die zich schamend
afzijdig houdt van de reden dat we hier zijn.
Liefde, toch?
Of was dat het niet?
Ik heb mij ooit gewaagd aan de wereldvragen en hun bijbehorende antwoorden.
Bij elke grote vraag kwam er een derzelfde antwoord uit, namelijk; seks.
En evolutionair gezien; voortplanten.
En voor de romantici onder ons; liefde.
Waarom doen we wat we doen? Zeggen we wat we zeggen? Denken we wat we denken?
Omdat we de constante drang voelen tot die groepsdynamica die eventueel zou kunnen lijden tot voortplanting.
Door de jaren heen werd dat bruut gezegd ‘Neuken’ en vandaag de dag denk ik dat dat antwoord ‘Geld’ is.
Maar verder lijken we dierlijk voorgeprogrammeerd en willen we vermenigvuldigen.
Zo ook ik. Tenminste, dat was de bedoeling.
Maar liefde... wat heeft liefde er nog mee te maken? Als ze het meest complexe, het meest frustrerende,
het meest zinloze argeerd binnen je gehele wezen? Het zou zo mooi kunnen zijn, zo kloppen in theorie.
Twee mensen ontmoeten elkaar, vinden iets bij elkaar dat nergens anders te verkrijgen is.
Ze vinden zichzelf in de ander en het voelt als perfectie.
En dat gevoel - is niet perse liefde.
Nee...liefde is namelijk een stuk rationeler als het op de lange termijn aankomt.
Verliefd worden is verdrinken, eventjes, net tot dat punt dat je jezelf kunt redden
en vervolgens op je bootje klautert en je door de liefde voort kan laten varen.
Op gepaste afstand van het bootje van je levenspartner, want botsen kan wel eens een hele vervelende afloop hebben
en je eigen bootje is van levensbelang.
Liefde is een klein beetje scheiden, echte liefde dan.
En dat, beste jongens en meisjes, gaat er bij mij dus gewoon niet in.
Want ik ben een typische, fatalistische verdrinker van nature.
Mijn manier van liefhebben zal zo overweldigend en over de top zijn, dat mijn eigen bootje me gestolen kan worden
en ik het liefst ten onder ga met mijn hele hebben en houden om vervolgens te sterven voor haar.
En dat is niet gezond.
Maar het is bewezen zo ongeveer het enige liedje te zijn in mijn repertoire.
Zo gematigd als ik kan zijn in alles, zo passief en terughoudend, verafstotend en autonoom ik ben,
zo verafgodend word ik naar een ‘haar’.
Misschien wat liefde gemist in mijn jeugd? Wat denkt U Dokter? U bent tenslotte de speicalist van ons twee.
Dus liefde is voor mij insnoeren, keihard wegdrukken en onbevestigd aan mezelf plukken,
navelstarend en onbevredigd, leuk zeg, die liefde.
En wie is er minder zwart/wit? Want er zijn er zoveel die zich eraan wagen.
Hoe kun je op een gezonde manier liefhebben?
Zonder direct te bezitten of het direct uitsluiten, beide gedreven door angst?
Soms lijkt het me veel beter om gewoon verliefd te worden op iemand die je niet
zoveel doet, want dan hoef je ook niet bang te zijn.
Dan ben je samen, of doe je alsof je samen bent.
Ga je na 40 jaar huwelijk op vakantie en het enige dat veranderd is de locatie
want je communieeert nog steeds niet en leeft totaal in je eigen wereld.
Ik zie er zat die het zo oplossen.
Mooi makkelijk.
Als ik Annemarie zie word ik boos en bang tegelijk. De twee wisselen van plek.
Boos omdat ik haat wat ze met me doet, bang om wat ze mogelijk niet met me zou doen,
bang om wat ik voel en hoe heerlijk het is, bang omdat...oke, ik ben eigenlijk gewoon bang.
En soms ook boos...
HOME
Voor vragen
KuDoWz L0lz0rZ
Commentaar
op de boeken
kun je mailen
© 2010 - 2011 Meyd inc.